Scheiding van belang

Het thema belangenverstrengeling is actueel. Dat heeft te maken met ontwikkelingen in het Europese recht, de toegenomen aandacht voor integriteitsvraagstukken en wijzigingen in de marktbenadering als gevolg van het Ondernemingsplan van Rijkswaterstaat.

Belangenverstrengeling rond een aanbesteding kan zich voordoen wanneer een inschrijvende marktpartij betrokken was of is bij:

  • de voorbereiding van een project  
  • de voorbereiding van de aanbesteding
  • de beoordeling van de inschrijvingen

Belangenverstrengeling kan leiden tot het vervalsen van de concurrentie door bijvoorbeeld inschrijven met voorkennis. Onder inschrijvende marktpartij wordt in dit verband verstaan de inschrijver, inclusief  eventuele adviseurs, onderaannemers en leveranciers.

Beleid tegen belangenverstrengeling bij aanbesteding

De nota 'Scheiding van Belang' is vastgesteld door het directieteam van Rijkswaterstaat op 14 september 2007. De nota bevat richtlijnen en maatregelen voor het tegengaan van belangenverstrengeling of – positief geformuleerd – voor het goed scheiden van belangen bij aanbestedingen. Zo’n scheiding is belangrijk omdat Rijkswaterstaat voor het verkrijgen van goede aanbiedingen afhankelijk is van de kwaliteit van de concurrentie. 

Integriteit

In de nota wordt rekening gehouden met een breder afweegkader dan alleen het concurrentiebelang. Zowel aan een te strenge scheiding als aan een te zachte scheiding kleven risico’s. Een te strenge scheiding heeft het risico van onvoldoende inschrijvingen, problemen met betrekking tot het verwerven van inhuur, belemmering van werkprocessen, belemmering van arbeidsmobiliteit en verlies van integriteit.
Een te zachte scheiding kan leiden tot een toename van juridische procedures en van druk op de integriteit van Rijkswaterstaat en marktpartijen. In de nota is daarom, afhankelijk van de specifieke situatie, de balans gezocht tussen beide uitersten.